{"componentChunkName":"component---src-components-templates-pages-wp-page-template-js","path":"/vrp-advies-instrumentendecreet-2/","result":{"data":{"page":{"title":"VRP-advies Instrumentendecreet","content":"\n<h2>18 december 2020</h2>\n\n\n\n<p><a href=\"http://Lees hier de bijdrage in De Standaard\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\"Lees ook onze opinie in De Standaard (opens in a new tab)\">Lees ook onze opinie in De Standaard</a></p>\n\n\n\n<h2>1. Inleiding</h2>\n\n\n\n<p>De Vlaamse meerderheidspartijen bereikten op 09/12/2020 een akkoord over de bijsturingen aan het &#8216;instrumentendecreet&#8217; en een voorstel van decreet met een nieuwe regeling voor de &#8216;woonreservegebieden&#8217; in Vlaanderen. Dit parlementair initiatief kwam er nadat er op een ontwerp van het Instrumentendecreet in een hoorzitting in de Commissie Omgeving van het Vlaams Parlement (18-19 februari 2020) heel wat kritische reflecties werden gegeven. Ook de VRP heeft toen in haar tussenkomst een aantal bekommernissen aangekaart.</p>\n\n\n\n<p>In\nvoorliggende nota formuleert de VRP haar bemerkingen op het recente akkoord van\nde meerderheidspartijen en voegt er meteen ook nog enkele aanbevelingen aan toe\nmet het oog op het realiseren van de bouwshift.</p>\n\n\n\n<h2>2. Algemene beoordeling</h2>\n\n\n\n<p>De VRP verwelkomt het parlementair initiatief om tot een oplossing te komen voor de uitvoering van de bouwshift. Ondanks de principes van de strategische visie van het BRV blijft er vanuit verschillende sectoren een hoge verhardingsdruk op de open ruimte. Er worden weliswaar al heel wat verdichtingsprojecten uitgevoerd in Vlaanderen, maar tegelijkertijd wordt ook nog heel wat bijkomende ruimte aangesneden voor wonen, industriële landbouwbedrijfsgebouwen, bedrijventerreinen, verkeer, recreatie …</p>\n\n\n\n<p>In dat\nopzicht is het goed dat met een nieuw voorstel van decreet op korte termijn een\noplossing wordt gezocht voor de woonreservegebieden. De meeste van deze\ngebieden zijn slecht gelegen en kunnen dus maar beter niet aangesneden worden,\nnoch op korte, noch op lange termijn. De woningbehoefte kan perfect op een zeer\nkwalitatieve manier binnen de beter gelegen kernen opgevangen worden.</p>\n\n\n\n<p>Het\nuitschakelen van het principieel akkoord (PRIAK) en van de rechtstreekse\naanvragen voor verkavelingen of groepswoningbouwprojecten kan alleen maar\ntoegejuicht worden. Principieel kunnen we ons ook vinden in het idee van een\n“stolp” als tijdelijke maatregel voor deze gebieden, maar we stellen ons vragen\nbij de juridische robuustheid.</p>\n\n\n\n<p>In het bijgewerkte Instrumentendecreet vindt de VRP het schrappen van het concept convenant-contract een logische en prima keuze. Zoals we in onze tussenkomst in de hoorzitting in het Vlaams Parlement op 18 februari 2020 en ons advies van 7 februari 2020 aangaven, gaat de convenant-contractregeling in tegen de doelstellingen van het BRV, zorgt het voor méér rechtsonzekerheid en zou het omwille van de complexiteit van het instrument voor heel wat werklast zorgen voor lokale besturen. Ook het voorlopig schrappen van het instrument verhandelbare ontwikkelingsrechten uit het decreet is logisch omdat uit onderzoek bleek dat dit in Vlaanderen momenteel nog niet kan werken. We pleiten er wel voor om verder te zoeken naar dat soort oplossingen.</p>\n\n\n\n<p>De VRP ziet\nanderzijds dat in het bijgewerkte Instrumentendecreet – ondanks de vele\nkritische bemerkingen in de commissie van het Vlaams Parlement &#8211; toch gekozen\nis voor een planschaderegeling op basis van de huidige marktwaarde i.p.v. de\ngeïndexeerde verwervingswaarde en bovendien zonder enige toegangsbeperking.</p>\n\n\n\n<p>Volgens onze\ninschatting zal door deze nieuwe regeling het herbestemmen van harde naar\nzachte bestemming fors duurder worden. Zodanig zelfs dat dit onbetaalbaar wordt\nvoor onze overheden. Lokale besturen krijgen de komende 20 jaar weliswaar voor\ndit deel de beslissingsbevoegdheid tot de bouwshift in handen, maar zullen niet\nde financiële middelen hebben om dit te doen. Daarmee schuift de Vlaamse\noverheid de eigen verantwoordelijkheid door, zonder daarbij te voorzien in de\nnodige ondersteuning. Wellicht zal ook in 2040 de factuur voor de Vlaamse\noverheid onbetaalbaar zijn.</p>\n\n\n\n<p>We vinden\nhet daarenboven opmerkelijk dat er in dat systeem geen enkel evenwicht is\ngezocht tussen publiek en privaat belang, en dat de herverdelingsaspecten niet\nin rekening zijn gebracht (zie ook het gezamenlijk advies van\nSARO-Minaraad-SERV-SALV van 14 maart 2018 over het instrumentendecreet).</p>\n\n\n\n<p>Kortom, het\nakkoord dat de regeringspartijen sloten en in het bijzonder de nieuwe\nplanschaderegeling hypothekeert volgens de VRP de realisatie van de bouwshift\nin belangrijke mate. De VRP betreurt ten zeerste deze keuze en hoopt dat in het\nVlaams Parlement alsnog aanpassingen worden aangebracht die de noodzakelijke\nbouwshift wel realiseerbaar maken. Hieronder motiveren we meer uitvoerig ons\nstandpunt en reiken we enkele pistes aan tot verdere bijsturing van beide\ndecreten.</p>\n\n\n\n<h2>3. Nieuw decreet voor woonreservegebieden</h2>\n\n\n\n<h3>3.1. Bevriezen woonreservegebieden</h3>\n\n\n\n<p>Met het\naangekondigde decreet voor woonreservegebieden wordt als het ware een “stolp”\ngeplaatst over de 12.000 ha woonreservegebieden. Stedenbouwkundige handelingen\nof het verkavelen van gronden in woonreservegebied zal voortaan pas kunnen op\ngrond van een voorafgaand gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een\nwoonreservegebied (vrijgavebesluit) dat tot een ordening van het gebied leidt\nconform de strategische visie van het BRV (planningsinitiatief – bewaken\nruimtelijke kwaliteit).</p>\n\n\n\n<p>Principieel\nkunnen we ons vinden in zo’n bevriezing. Steden en gemeenten hebben momenteel\nweinig of geen instrumenten in handen om ongewenste aansnijding van slecht\ngelegen woonreservegebieden te vermijden. Met dit decreet bekomt men dat\ntijdelijk heel wat ontwikkelingen op slecht gelegen locaties zonder bijkomende\nkost kunnen tegenhouden worden. Hiermee kan dus op zijn minst tijd gekocht\nworden tot er gebiedsgericht &#8211; via een planningsinitiatief- een concrete\nuitspraak gedaan wordt over deze gronden. Dat meteen ook PRIAK en\n‘planningsloze’ groepswoningbouw op slecht gelegen plekken voortaan zijn\nuitgeschakeld, is eveneens absoluut een pluspunt.</p>\n\n\n\n<p>Dat er een bijzondere\nregeling is behouden voor de aansnijding van reservegebieden door sociale\nwoonorganisaties kan niet ingegeven zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening\nen vindt dan ook geen steun bij de VRP. De gronden zijn vaak niet goed gelegen\nwat maakt dat bij ontwikkeling ervan de bewoners van de sociale woningen\nperifeer gehuisvest zullen zijn met verhoogde kans op vervoersarmoede en dus\nsociale en economische uitsluiting. Sociale woningbouw hoort thuis in de kernen\nvan steden en gemeenten, en niet in de periferie daarvan.</p>\n\n\n\n<h3>3.2. Geen algemeen verbod, maar gedeelde verantwoordelijkheid tussen Vlaanderen en gemeenten</h3>\n\n\n\n<p>De VRP vindt\nhet prima dat er niet is gekozen voor een algemeen verbod of moratorium, maar\ndat er ruimte wordt gelaten aan gemeenten om mits goede onderbouwing via een\nplaninitiatief en maatschappelijk debat hier toch nog andere keuzes in te\nmaken. Toch menen we dat de regie omtrent het ontwikkelen van\nwoonreservegebieden te veel bij de gemeentelijke overheid wordt gelegd.</p>\n\n\n\n<p>Lokale besturen hebben als eerste overheid heel wat terreinkennis en kunnen dus &#8211; rekening houdend met de lokale visie inzake mogelijke ontwikkelingen en de potenties van woonreservegebieden – het best onderbouwde keuzes maken. Maar we moeten ons ervan bewust zijn dat dit zonder bijkomende Vlaamse (beleids)kaders en\nondersteuning niet steeds zal leiden tot beslissingen in lijn met de bouwshift.\nNet omdat lokale mandatarissen dicht bij de burger staan en lokaal erg\nbetrokken zijn, maakt het beslissingen tot het reduceren van bebouwbare\nbestemmingen bijzonder moeilijk. Ook de gemeentefinanciering en andere\nfinanciële en fiscale regelingen maken het op dit moment lastig voor lokale\nbesturen om te kiezen voor een bouwshift.</p>\n\n\n\n<p>De Vlaamse\noverheid moet een duidelijk (beleids)kader aanreiken vertrekkende vanuit de\nprincipes van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.\nSelectie- of beoordelingscriteria moeten voldoende concreet en afgelijnd zijn,\nzodat bijkomende woonuitbreiding effectief de uitzondering blijven. Dit zal de\ngemeenten helpen om tot de juiste beleidskeuzes te komen.</p>\n\n\n\n<p>Bovendien is\nhet zinvoller dat de Vlaamse overheid ook haar gedeelde verantwoordelijkheid\nten volle opneemt en gemeenten niet aan hun lot overlaat. De kostprijs en\nplanlast van deze operatie mag de komende 20 jaar niet integraal doorgeschoven\nworden naar de lokale besturen. Er kan beter een gedeelde verantwoordelijkheid\nworden afgesproken tussen Vlaanderen en de gemeenten. Minimaal kunnen de\ngemeenten reeds gebruiken maken van de middelen uit het openruimtefonds om een\ndeel van de mogelijke planschade te financieren.</p>\n\n\n\n<h3>3.3. Juridische robuustheid?</h3>\n\n\n\n<p>We maken ons\nook zorgen over de juridische robuustheid van een &#8220;stolp&#8221;. Het valt\nte verwachten dat eigenaars of ontwikkelaars wiens grond niet vrijgegeven\nwordt, niet zullen accepteren dat ze potentieel tot 2040 moeten wachten\nvooraleer ze uitsluitsel hebben over bebouwbaarheid of schadevergoeding. Zal de\nstolp juridisch stand houden in procedures? Zullen eigenaars niet met succes\nkunnen aanvoeren dat het grondwettelijk beschermd eigendomsrecht geschonden is\nen dat ze ongelijk behandeld worden ten opzichte van eigenaars van wie de grond\nherbestemd wordt met een onmiddellijk recht op planschade?</p>\n\n\n\n<p>Als de\nbevriezing juridisch sneuvelt dan is een belangrijk onderdeel van het\nmeerderheidsakkoord een maat voor niets en werkt de “stolp” niet. Sterker nog,\nin dat geval zullen lokale besturen genoodzaakt zijn zich uit te spreken over\nal hun woonreservegebieden met tot gevolg het uitbetalen van veel planschade\nen/of heel wat gronden die – onderdruk van eigenaars of ontwikkelaars – toch\nzullen worden aangesneden. In dat geval zullen woonreservegebieden dus\nallesbehalve gevrijwaard worden van bebouwing.</p>\n\n\n\n<p>We stellen dan ook voor deze “bevriezing” juridisch goed te onderbouwen. Wellicht houdt een “stolp” van enkele jaren met eraan gekoppeld een beleidsbeslissing juridisch\nbeter stand. Op die manier vermijdt men de zogenaamde “bestemmingsloosheid” die\nvoor woonreservegebieden zou dreigen tot 2040.</p>\n\n\n\n<h3>3.4. Meer garanties voor vrijwaring van open ruimte</h3>\n\n\n\n<p>In de\nstrategische visie van het BRV is bepaald dat de inname van open ruimte\nstapsgewijs moet verminderen en dat ‘uitbreiding de uitzondering moet zijn’. In\nde praktijk blijkt in Vlaanderen ‘de uitzondering vaak de regel te worden’. De\nVRP pleit daarom ook in dit decreet voor meer garanties opdat minder ruimte\nwordt aangesneden.</p>\n\n\n\n<p>Binnen het bestaande bebouwde weefsel is er nog een enorm potentieel voor verdichting. M.a.w. de 12.000 ha woonuitbreidingsgebieden hebben we helemaal niet nodig om de stijging van het aantal inwoners en gezinnen op te vangen. Als bepaalde percelen in woonuitbreidingsgebied – gezien hun uitstekende ligging – dus toch zouden worden aangesneden, moet dit gecompenseerd worden door het herbestemmen van minstens een zelfde oppervlakte in ruimtelijk ongunstig gelegen woongebied.</p>\n\n\n\n<h3>3.5. Oplossing nodig voor totale surplus van harde bestemmingen</h3>\n\n\n\n<p>Volgens het\nDepartement Omgeving zijn er nog 282 285 onbebouwde percelen met een bestemming\ndie woningen en aanverwante functies toelaat. Dat gaat om een totale\noppervlakte van 43 369 ha. Gezien de principes van de strategische visie van\nhet BRV dat we nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk binnen het bestaande\nweefsel moeten opvangen moeten we dus een betaalbare, juridisch robuuste\noplossing vinden voor het totale volume van overaanbod aan harde bestemmingen.</p>\n\n\n\n<p>Een –\ntijdelijke &#8211; bevriezing van de woonreservegebieden (12.000 ha) is dus maar een\ndeel van de opgave van de bouwshift. Van de overige bestemde woongebieden\n(woongebied, linten, fragmenten, woonparken, …) ligt meer dan de helft tot drie\nkwart van het aanbod buiten de kernen en wordt dus beter niet aangesneden. Ook\nvoor deze overbodige en slecht gelegen harde bestemmingszones moet een\noplossing komen.</p>\n\n\n\n<p>Het\nschrappen van overbodige harde bestemmingen hoeft bovendien helemaal geen\nbouwstop te betekenen, want binnen het bestaand weefsel is er een gigantische\nrenovatie- en vervangingsopgave. De bestaande inrichting van (verouderde)\nwijken en woningen vragen om een grondige transformatie, ook gekoppeld aan de\nenergetische transitie, zorgopgave, mobiliteitsshift, … . Door de aansnijding\nvan greenfields verliezen we dynamiek tot deze transformatie. Vandaar dat het\ncruciaal is om op korte termijn via planningsinitiatieven duidelijkheid te\nscheppen over de te ontwikkelen en de te vrijwaren gronden, ook buiten de\nwoonreservegebieden.</p>\n\n\n\n<h2>4. Bijsturing van het instrumentendecreet &#8211; Planschaderegeling</h2>\n\n\n\n<p>Met de\naangepaste planschaderegeling in het Instrumentendecreet willen de Vlaamse\nregeringspartijen een billijke vergoeding uitwerken voor eigenaars bij het\nherbestemmen van gronden. Een billijke vergoeding is immers noodzakelijk met\nhet oog op draagvlak voor het realiseren van de bouwshift. Billijkheid betekent\nechter dat niet enkel rekening gehouden wordt met de belangen van\ngrondeigenaren, maar dat ook de publieke en maatschappelijke belangen mee in\noverweging worden genomen. De VRP is van oordeel dat de nieuwe\nplanschaderegeling dit evenwicht niet respecteert. De VRP vreest bovendien dat\nhierdoor de bouwshift onbetaalbaar en bijgevolg onhaalbaar zal zijn.</p>\n\n\n\n<p>Er zijn twee\nredenen waarom de planschade duurder wordt: de administratieve procedure en de\nnieuwe berekeningswijze.</p>\n\n\n\n<h3>4.1. Administratieve procedure is logisch</h3>\n\n\n\n<p>Dat we\noverstappen van een gerechtelijke procedure voor de uitbetaling van planschade\nnaar een administratieve procedure is een goede keuze. De eigenaar krijgt\ngewoon een vergoeding die hem toekomt zonder nog juridische stappen te moeten\nnemen. Vanuit het principe van goed bestuur is de keuze voor een\nadministratieve procedure volledig te rechtvaardigen.</p>\n\n\n\n<p>De\nfinanciële gevolgen voor de overheid ten opzichte van de huidige procedure\nkunnen wel groot zijn, omdat in de huidige procedure via de rechtbank slechts\nzelden effectief wordt uitbetaald. Dit moet mee in rekening worden gebracht</p>\n\n\n\n<h3>4.2. Venale waarde en schrapping toegangscriteria leiden tot hogere planschade</h3>\n\n\n\n<p>De nieuwe\nregeling stapt af van een berekening op basis van de geïndexeerde verwervingswaarde\n(aankoop waarde of waarde bij erfenis) en laat bovendien ook de\ntoegangscriteria vallen. Voortaan zal de planschade (eigenaarsvergoeding) door\nlandcommissies bepaald worden op basis van de marktwaarde (venale waarde)\nenerzijds en 13 objectieve factoren anderzijds. Hoewel het door deze vele\nfactoren onduidelijk is in welke mate de planschade zal stijgen, is het nu al\nzonneklaar dat de nieuwe berekeningswijze zal leiden tot een verhoogde\nvergoeding en tot een stijging van het aantal gronden dat hiervoor in\naanmerking komt. Kortom, het herbestemmen van harde bestemmingen naar zachte\nbestemmingen zal voortaan fors duurder worden voor overheden.</p>\n\n\n\n<p><strong>Verhoging van planschade niet nodig</strong><br>Een andere berekeningsmethode voor de planschade is nochtans echt niet nodig. Het planschadesysteem in zijn huidige vorm is een systeem dat al meerdere decennia zijn deugdelijkheid heeft bewezen en in internationaal perspectief al voordelig is voor de grondeigenaren. Recent had het Grondwettelijk Hof de overeenstemming met het grondwettelijk beschermde eigendomsrecht nog bevestigd. Geen enkele reden dus om hieraan te tornen.</p>\n\n\n\n<p>De wetgever\nwas – zo’n 50 jaar geleden &#8211; van oordeel dat een bouwverbod een billijke\nvergoeding vereist. Vandaar dat er in ons land gekozen is voor een\nplanschaderegeling, maar met de nodige beperkingen: enkel de eerste 50m\ngrenzend aan een uitgeruste weg worden vergoed en dat aan 80% van het verschil\ntussen de geïndexeerde oorspronkelijke verwervingswaarde en de nieuwe\nbestemmingswaarde. De oorspronkelijke verwervingswaarde is bovendien een\nobjectief criterium, dat is vastgelegd in notariële aktes.</p>\n\n\n\n<p>We moeten af\nvan het idee dat de huidige regeling nefast is voor de eigenaars van de\ngetroffen gronden. We kunnen alleen maar beklemtonen dat Vlaanderen met het\nhuidige planschadesysteem in internationaal perspectief al gul is. In de meeste\nlanden bestaan daar geen tot zeer beperkte vergoedingen voor. De eigenaren\nblijven immers na herbestemming nog steeds in bezit van de gronden. De\neigenaren behouden gewoon wat ze geïnvesteerd hebben en daarop hoeft de\noverheid dus ook geen bijkomende meerwaarde aan toe te voegen.</p>\n\n\n\n<p>De bestaande\nregeling bevat zo een evenwicht tussen de belangen van de getroffen eigenaars\nen de publieke belangen. Dit evenwicht wordt in de nieuwe regeling ten gronde\nverstoord.</p>\n\n\n\n<p><strong>Venale waarde is niet de werkelijke waarde</strong><br>Het nieuwe systeem voorziet 100% vergoeding van het waardeverlies, gebaseerd op de marktwaarde. Ook al kan de Landcommissie nog via 13 criteria de waardeschatting milderen, dan nog zal de vergoeding fors hoger worden. De voorbije jaren en decennia steeg immers de prijs van bouwgrond veel sneller dan de index.</p>\n\n\n\n<p>Bovendien\nhoudt de nieuwe planschaderegeling met venale waarde onvoldoende rekening met\nhet overaanbod. Er zullen dus veel eigenaren van gronden in woonreservegebied\nvergoed worden gemeten aan de waarde van andere (reeds ontwikkelde)\nwoonuitbreidingsgebieden, terwijl hun gronden er nooit voor in aanmerking komen\nomwille van het zeer grote overaanbod. Op de gewestplannen werd immers een\nsurplus aan harde bestemmingen ingetekend in een tijd van expansie en dat staat\nhaaks op de huidige beleidsvisies van inbreiding en circulariteit zoals\nopgenomen in het BRV.</p>\n\n\n\n<p>Door\nvoortaan de marktwaarde als uitgangspunt te nemen, is de nieuwe regeling vooral\nvoordeling voor eigenaars die gronden jarenlang – al dan niet vanuit\nspeculatief oogpunt &#8211; onaangeroerd hebben laten liggen. Die meerwaarde\nuitbetalen kan bezwaarlijk als een taak van de overheid worden beschouwd. Een\nherverdeling van publieke middelen naar een beperkte groep van eigenaren vindt\nde VRP niet billijk. Het kan het draagvlak voor de bouwshift onmogelijk\nvergroten. Het zal dit eerder ondermijnen. De regeling vergroot de\nsociaaleconomische ongelijkheid en is bijgevolg onrechtvaardig.</p>\n\n\n\n<p><strong>Hogere planschade leidt tot minder bouwshift</strong><br>De initiatiefnemende overheid zal instaan voor het betalen van de planschade. Gezien de Vlaamse regering de lokale besturen de komende 20 jaar de beslissingsbevoegdheid in handen geeft voor het realiseren van dit luik van de bouwshift betekent het ook dat lokale besturen &#8211; die het financieel niet breed hebben &#8211; de verhoogde planlast zullen moeten uitbetalen. We vrezen dat de noodzakelijke bouwshift er daardoor niet zal komen. De planschade geldt bovendien niet enkel voor herbestemming van de woonreservegebieden, maar ook voor de totale voorraad overbodig woongebied (o.a. de slecht gelegen linten), waar de opdracht voor de bouwshift nog vele malen groter is.</p>\n\n\n\n<p>Eind\nnovember bleek al uit een bevraging bij de deelnemers op de Werelddag van de\nStedenbouw dat slechts zo’n 20% van de gemeenten van plan zou zijn om harde\nbestemmingen te herbestemmen naar open ruimte. 85% van de deelnemers geeft aan\ndat gemeenten vandaag niet genoeg middelen hebben om de bouwshift te\nrealiseren. We kunnen dus nu al concluderen dat met de nieuwe\nplanschaderegeling de bouwshift nog minder haalbaar en betaalbaar zal zijn.</p>\n\n\n\n<h3>4.3. Onevenwicht tussen planschade en planbaten</h3>\n\n\n\n<p>Bovendien is\nhet opmerkelijk dat de planschade – compensatie om open ruimte te creëren &#8211;\n100% wordt, maar dat tegelijk voor de planbaten – heffing op de\nmeerwaardecreatie bij omzetting van zachte bestemming naar bebouwing – slechts\n25 à 50% van de meerwaardecreatie zal moeten worden afgestaan, en dan nog\nbeperkt tot waar er nieuw kan worden gebouwd en niet meer waar er (veel) meer /\nhoger / denser zal kunnen worden gebouwd. De logica is ver zoek, toch vanuit\nmaatschappelijk oogpunt.</p>\n\n\n\n<h2>5. Conclusie &amp; aanbevelingen</h2>\n\n\n\n<p>Het\nbijgewerkte Instrumentendecreet en het eraan gekoppelde Decreet rond\nwoonreservegebieden zijn volgens de VRP in de huidige uitwerking niet de juiste\nstap op weg naar het realiseren van de zogenaamde bouwshift. De VRP apprecieert\ndat vanuit het parlement initiatief wordt genomen om de instrumenten voor de\nbouwshift uit te werken. Vooral het uitschakelen van PRIAKS en groepswoningbouw\nis een goede zet, maar we zijn bezorgd dat zowel de “stolp” als de nieuwe\nplanschaderegeling eerder aanleiding zullen geven tot nog meer ruimte-inname,\nin plaats van dit te voorkomen.</p>\n\n\n\n<p>De VRP\nadviseert daarom een aantal zaken uit de voorliggende (aangekondigde) decreten\ngrondig bij te sturen en ook bijkomende initiatieven te nemen:</p>\n\n\n\n<ul><li><strong>Bijsturing planschade: </strong>kies voor een oplossing die billijk is voor de getroffen eigenaars én voor de overheden die dit moeten uitbetalen. Naar onze inschatting kan dit best door zo dicht mogelijk bij de huidige regeling te blijven, maar wel een administratieve procedure in te bouwen. De planschade duurder maken zal vooral leiden tot meer ruimte-inname en hypothekeert de bouwshift.</li><li><strong>Geen 20 jaar stilstand. </strong>De “stolp” voor de woonreservegebieden kan eventueel als tijdelijke oplossing, maar het biedt geen structurele oplossing. De nieuwe planschaderegeling mag niet leiden tot 20 jaar stilstand in de bouwshift. Eigenaars verdienen rechtszekerheid. Dit vereist binnen de redelijke termijn van enkele jaren een beleidsbeslissing over de mogelijkheid om al dan niet te kunnen bouwen in woonreservegebieden. <br>Overweeg hierbij ook de pistes van het opheffen of laten uitdoven van het Gewestplan zoals door diverse professoren ook is voorgesteld (zie BWMSTR-label ‘Inspire to expire’). </li><li><strong>Schuif de opgave niet door naar toekomstige generaties. </strong>Ook de huidige generatie moet reeds haar verantwoordelijkheid rond de bouwshift en de bijhorende planschade opnemen. Zo behouden we de solidariteit tussen generaties.</li><li><strong>Woonuitbreiding moet de uitzondering zijn. </strong>Bouw in de regeling meer garanties in opdat er daadwerkelijk ook zo weinig mogelijk woonreservegebieden worden aangesneden. Maak hierbij de koppeling met de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Zo willen we voorkomen dat het vrijgavebesluit verkeerdelijk wordt gebruikt, zoals dit in het verleden soms het geval was bij de PRIAK’s.</li><li>Werk ook een <strong>regeling uit voor de slecht gelegen woongebieden </strong>(incl. linten). Deze gebieden zijn niet alleen groter in omvang, maar staan omwille van hun statuut nog meer onder druk om aangesneden te worden dan woonreservegebieden.</li><li><strong>Neem als Vlaamse overheid ook zelf verantwoordelijkheid en steun gemeenten in de realisatie van de bouwshift.</strong> <br>Gezien het maatschappelijke belang is investeren in de bouwshift cruciaal. Beperk de kost tot het hoogst noodzakelijke en kies voor een traject met gedeelde verantwoordelijkheid tussen Vlaanderen en de gemeenten. Gezien de maatschappelijke baten (gezondheid, ecosysteemdiensten, klimaat,&#8230;) ook vooral ten bate zijn van de Vlaamse overheidsdoelen en –financiën is een evenwichtige verdeling van lusten en lasten tussen de Vlaamse en lokale overheid aan de orde. <br>&#8211; Maak van het uitkeren van de <strong>planschade een gedeelde verantwoordelijkheid </strong>tussen Vlaanderen en de gemeenten.<br>&#8211; Neem als Vlaamse overheid zelf de verantwoordelijkheid op voor het <strong>schrappen van een deel van de WUG’s </strong>(bv de signaalgebieden en de slecht gelegen grondreserves van overheden en openbare besturen). Sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen op basis van ontvangen planschade beter inzetten op verdichting en inbreiding op gunstige locaties.<br>&#8211; Werk zo snel mogelijk de <strong>beleidskaders BRV </strong>uit, zodat gemeenten meer houvast hebben om een beleid te voeren in functie van de bouwshift. Reik vanuit Vlaanderen concrete en strikt afgelijnde selectie- en beoordelingscriteria aan en zorg voor een kwaliteitscontrole en conformiteitstoets.<br>&#8211; <strong>Schrap de vele afwijkings- en uitzonderingsmogelijkheden uit de codex.</strong><br>&#8211; <strong>Ondersteun gemeenten en realiseer de samenwerking aangekondigd in het BRV. </strong>Lokale besturen hebben naast meer middelen ook nood aan meer capaciteit om de bouwshift te kunnen realiseren.<br>&#8211; <strong>Herbekijk de gemeentefinanciering en andere fiscale en financiële instrumenten. </strong>Naast ruimtelijke instrumenten zijn financiële en fiscale instrumenten uit andere beleidsdomeinen erg bepalend in het al dan niet kunnen realiseren van de bouwshift.</li></ul>\n\n\n\n<h2>6. Bijlage – Verslag Werelddag van de Stedenbouw 2020</h2>\n\n\n\n<p>Het realiseren van de bouwshift vergt nog heel wat inspanningen van het Vlaamse beleid. Tijdens de Werelddag van de Stedenbouw op 19 en 20 november 2020 hebben de VRP (ruimtelijk planners) en de VVOR (omgevingsjuristen) samen de vinger aan de pols gehouden wat betreft de realisatie van de bouwshift.</p>\n\n\n\n<p>Op 19\nnovember werd verkend welke instrumenten lokale besturen nu al in handen hebben\nom de bouwshift te realiseren en werd ook vanuit de praktijk gekeken wat nog\nbeter kan. Op 20 november maakten diverse binnen- en buitenlandse experten een\nreflectie op ons planningssysteem en kwamen er heel wat voorstellen tot\noptimalisatie.</p>\n\n\n\n<p><a href=\"/wordsby/uploads/2020/12/20201214_Verslag_Werelddag_def.pdf\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\"U vindt hier een uitgebreid verslag van deze boeiende tweedaagse. (opens in a new tab)\">U vindt hier een uitgebreid verslag van deze boeiende tweedaagse.</a> We hopen dat deze inzichten u inspireren tot de noodzakelijke bijsturing van het Vlaamse beleid.</p>\n","excerpt":"18 december 2020 Lees ook onze opinie in De Standaard 1. Inleiding De Vlaamse meerderheidspartijen bereikten op 09/12/2020 een akkoord over de bijsturingen aan [...]","featured_img":{"smartcrop_image_focus":{"top":"50","left":"50"},"file":{"image":{"maxWidth":{"base64":"data:image/png;base64,iVBORw0KGgoAAAANSUhEUgAAABQAAAAHCAYAAAAIy204AAAACXBIWXMAAA7DAAAOwwHHb6hkAAAB4ElEQVR42g2PW2vTAABGC74LIoKgMFBmrTDYvXal9ra16y1tkzRJa9KkaVnXpnU2S9eso8Ntsqs++KSIDzJB8Fce+3z4ON8J7NQ2KNlbKE4K0y0h9RLUBxlankzfz3B7Z/D33uPf/Zjbsxb+0R57gya6KZMTm+wq+6hWD91uIEkJAnYny8jUMA4E8s4ylp9E9SMcXXa4vjK5uNb4/sNBb8YRxXco1QSKViQlrJDOh5ENG9EYYvUmHM8uCezLccxSBatrkFZXUPs5zMMK3olKzylT628x8QUmlkA4FSKVDqIqObzZKVpjh3J5DV3X8PwLDv1PBIKhZ4hyFm+gkC/k5tAgs7tOrBik0Ngg233JYCrx53RMTUuh1QvcXF1xfnbOR9ej3arStWJMfZ3bm7t5ct/nZOKiimmaukKlmEasRCnU1qjKm/OkCKK5O3+Vn4uSuMczbFelVF9GqibptG0cR2U6iuA2swR+//yG06kSDb9hO7FJQ60gCFnK+S0uR21+ff1Cq9MmEl/Dd8f49nseLj5gVXxKrLxARYjONwpWS6IpBQmU8us0akksLcPG6gu245uMRwNUuYhcjTM66OK6Q7rDD3weH+K1DBaWH7MkPGE185zX0UdE3i6SSiQJLb3iP0MvHdF1QeSBAAAAAElFTkSuQmCC","aspectRatio":2.6785714285714284,"src":"/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/dd255/haast-u-langzaam.png","srcSet":"/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/630fb/haast-u-langzaam.png 300w,\n/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/2a4de/haast-u-langzaam.png 600w,\n/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/dd255/haast-u-langzaam.png 1012w","sizes":"(max-width: 1012px) 100vw, 1012px"},"maxHeight":{"base64":"data:image/png;base64,iVBORw0KGgoAAAANSUhEUgAAABQAAAAHCAYAAAAIy204AAAACXBIWXMAAA7DAAAOwwHHb6hkAAAB4ElEQVR42g2PW2vTAABGC74LIoKgMFBmrTDYvXal9ra16y1tkzRJa9KkaVnXpnU2S9eso8Ntsqs++KSIDzJB8Fce+3z4ON8J7NQ2KNlbKE4K0y0h9RLUBxlankzfz3B7Z/D33uPf/Zjbsxb+0R57gya6KZMTm+wq+6hWD91uIEkJAnYny8jUMA4E8s4ylp9E9SMcXXa4vjK5uNb4/sNBb8YRxXco1QSKViQlrJDOh5ENG9EYYvUmHM8uCezLccxSBatrkFZXUPs5zMMK3olKzylT628x8QUmlkA4FSKVDqIqObzZKVpjh3J5DV3X8PwLDv1PBIKhZ4hyFm+gkC/k5tAgs7tOrBik0Ngg233JYCrx53RMTUuh1QvcXF1xfnbOR9ej3arStWJMfZ3bm7t5ct/nZOKiimmaukKlmEasRCnU1qjKm/OkCKK5O3+Vn4uSuMczbFelVF9GqibptG0cR2U6iuA2swR+//yG06kSDb9hO7FJQ60gCFnK+S0uR21+ff1Cq9MmEl/Dd8f49nseLj5gVXxKrLxARYjONwpWS6IpBQmU8us0akksLcPG6gu245uMRwNUuYhcjTM66OK6Q7rDD3weH+K1DBaWH7MkPGE185zX0UdE3i6SSiQJLb3iP0MvHdF1QeSBAAAAAElFTkSuQmCC","aspectRatio":2.6835443037974684,"src":"/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/263da/haast-u-langzaam.png","srcSet":"/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/4c826/haast-u-langzaam.png 424w,\n/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/9590b/haast-u-langzaam.png 846w,\n/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/263da/haast-u-langzaam.png 1012w","sizes":"(max-width: 1012px) 100vw, 1012px"}}},"SEOImage":{"childImageSharp":{"SEO":{"src":"/static/b7b9d4181930d8123d027d5d28d9ca69/3d5c6/haast-u-langzaam.png"}}}}},"in_de_kijker":{"edges":[]}},"pageContext":{"pathname":"/vrp-advies-instrumentendecreet-2/","slug":"vrp-advies-instrumentendecreet-2","in_de_kijker":[]}},"staticQueryHashes":["1427044581","143214852","1436080899","1732408516"]}